Inleiding


De comtoise is opgebouwd uit een metalen kastje met daarin het uurwerk, een wijzerplaat met wijzer(s) en een fronton, dat de wijzerplaat bekroont. Noodzakelijke attributen zijn bel(len), gewichten, sleutel en een slinger. De klok hangt vrij aan de muur of bevindt zich in een staande houten kast. Iconografische kenmerken zijn primair terug te vinden in het fronton. Secundaire versieringen vindt men op de wijzerplaat, de hoeken van de frontplaat, de wijzers, de slinger, incidenteel op het uurwerk, de deurtjes en op de houten kast. Ook deze decoraties kunnen in samenhang met het fronton iconografisch worden geduid, verwijzen naar een stijlperiode en helpen bij het dateren van een comtoise.

Onmisbaar voor de liefhebber van de comtoise zijn de prachtige boeken van Ze bevatten boeiend fotomateriaal en gaan uitvoerig in op historische achtergronden
en de techniek van deze sympathieke Franse huisklok. In de stad Besançon staat een museum voor de comtoise. De Association Française des Amateurs d'Horlogerie Ancienne geeft daarnaast een revue uit, waarin regelmatig artikelen over de comtoise verschijnen.

De aandacht van Maitzner/Moreau, Bollen, Schmitt en Bergmann gaat uit naar het ontstaan, de ontwikkeling en de ambachtelijke aspecten van de comtoise, waarbij de kunstgeschiedenis betrekkelijk weinig aan bod komt. In hún beschrijving van de ontwikkelingsgeschiedenis van de comtoise ligt de nadruk op het artisanale,
niet zozeer op het artistieke.

Maitzner/Moreau besteden in hun boek van driehonderd pagina's niet meer dan anderhalve kolom tekst aan le décor de la façe. Bollen inventariseert op twee pagina's de gietstukken van 1740-1840 en beschrijft op een halve pagina de voorstellingen van het geperste fronton. Schmitt beschrijft en classificeert erg uitvoerig, maar de iconografische duiding van zijn overvloed aan gegevens vindt vervolgens nauwelijks plaats. Bergmann behandelt in hoofdstuk 9 iconografische kenmerken van de comtoise. In de hoofdstukken 10 en 11 gaat de schrijver ook wat dieper in op de politieke getuigenissen van de klok en symbolen van de vrijmetselarij. De door hem getoonde beeldelementen en voorstellingen worden echter axiomatisch en bovendien te terloops geduid.

Met andere woorden, schrijvers classificeren weliswaar beeldelementen op de comtoise, maar hun iconografische betekenis wordt fragmentarisch behandeld.
Geen enkel boek bevat een hoofdstuk waarin de beeldelementen in hun samenhang op systematische wijze worden verantwoord in hun cultuur- en kunsthistorische context. Daarnaast spreken auteurs elkaar op essentiële onderdelen tegen en worden soms twijfelachtige, onbewezen iconografische interpretaties en onnauwkeurige dateringen gegeven. Stijl en iconografie van de comtoise zijn helaas goeddeels onderbelicht gebleven. Dat is jammer want de comtoise heeft een eigen plaats in de kunstgeschie- denis. Dit boek vult dus een lacune aan in de bestaande klokkenliteratuur.
Het completeert het beeld en beschrijft de comtoise als draagster van een eigen stijl en illustratieve iconografie in de turbulente en boeiende cultuur- en kunstgeschiedenis van het Frankrijk van de 18e en de 19e eeuw. De artistieke foto's van Bram de Smit hebben een prachtige belichting. Ze dragen gevoelvol bij aan de hommage van een analytische kunsthistoricus.

De iconografische beschrijvingen zijn steeds ingebed in een historisch tijdsbeeld.
De lezer kan zich dus oriënteren in de juistheid van de iconografische interpretaties.
De historie begint met de migraties der Indo-Europeanen, in het bijzonder van de Kelten in westwaartse richting. De volksverhuizingen, die leidden tot de ondergang van het West-Romeinse rijk, brachten de Franken in Gallië. De latere regio Franche Comté ontstond onder de Merovingers en Karolingers. Van belang voor de iconografie is vooral ook de kunst der klassieke oudheid.

Een belangrijke epoque loopt van 1685, het opheffen van het Edict van Nantes door koning Lodewijk XIV, tot het uitbarsten van de Franse Revolutie in 1789. Naast de opeenvolgende stijlen van Lodewijk XIV, XV en XVI komt ook de politiek-filosofische beweging der verlichting aan de orde. De volgende epoque loopt aansluitend door tot 1871, het jaar van de door Frankrijk verloren oorlog tegen Duitsland, wat het einde van de comtoise ±1914 inhield.

De Franse Revolutie en het directoire zijn iconografisch erg interessant. Zij vormden
de prelude op de verwarde tijden van het fin et début de siècle rond 1800, die met Napoleon I boeiend materiaal opleveren voor de iconografie van de comtoise. De restauratie, Louis Philippe, Napoleon III en de Derde Republiek blijven niet achter. Deze perioden zijn elk op eigen wijze illustratief voor stijl en iconografie der comtoise.

Naast de nationale stijlperioden en ingrijpende historische gebeurtenissen komt tevens het regionale karakter sui generis van de comtoise aan de orde. Het unieke aan de comtoise is haar kunsthistorische waarde als expressionist van de Franse geschiedenis gedurende ruim twee eeuwen. Deze ontroerende rol is haar gegeven door eenvoudige, godvruchtige ambachtslieden uit de Franche Comté, niet door stadse klokkenmakers.
De comtoise is een regionaal volksproduct van Fransnationale kunsthistorische betekenis. Van haar kunstzinnige karakter worden drie eigenschappen geanalyseerd:

symbool van het eeuwige
haar uiterst duurzame uurwerk geeft onveranderlijk en betrouwbaar de tijd aan,
zij heeft generaties lang als trouwe huisgenote mensenlevens begeleid
bij het opstaan, gedurende de arbeid en bij het slapen gaan.

icoon van het voorbije
haar stijl illustreert de symboliek in dynamische zin door op veranderende tijden
in te spelen,
als stijldocument vertoont zij door de eeuwen heen een eigenzinnige, regionale ontwikkeling,
zij neemt als ambachtelijk product een waardige plaats in binnen de kunstnijverheid.

getuige van het vergankelijke
haar iconografie weerspiegelt veel van het maatschappelijk wel en wee in de 18e
en 19e eeuw, wat resulteert in de comtoise als belangwekkende verschijning binnen
de kunstgeschiedenis.

Het boek doet geen uitputtend verslag van alle iconografische varianten van de comtoise. Er is uitgegaan van twaalf basistypen in opeenvolgende perioden.
Een allesomvattende classificatie en interpretatie van iconografische kenmerken van deze klok is onmogelijk, er zijn teveel varianten. Deze zijn vaak onbekend gebleven en nooit beschreven, omtrent hun bestaan heerst een algemeen gedeeld vermoeden.

Er valt nog veel te ontdekken en ontsluieren op comtoisegebied. Allicht zullen lezers nieuwe, onbesproken voorbeelden aandragen, een juistere iconografische duiding presenteren. Hun suggesties zijn welkom en worden getoetst. Het is in het belang van de comtoise dat de kunsthistorische discussie erover wordt aangewakkerd, de kennis en wetenschap ervan wordt aangevuld met uitbreidingen, verbeteringen en verfijningen.
Dat vereist behoedzaamheid en een ondogmatische opstelling, omdat de onderscheiden stijlperioden erg moeilijk zijn af te bakenen. Anachronismen en overgangskenmerken staan daarbij in de weg. Classificatie en interpretatie dienen waarheidsvinding, indien de methode dienstbaar blijft aan het resultaat.

De comtoise is gedurende de twee eeuwen van haar bestaan eigenzinnig uitdrukking blijven geven aan frappante, streekgebonden kenmerken, moeilijk waarneembaar en slechts te traceren door regionale connaisseurs. De onderzoeker stuit voortdurend op verrassende tegenstrijdigheden. Een respectvolle benadering ervan doet daarom recht aan haar regionale karakter, dat zich wel laat kennen maar niet laat inperken binnen al te uniforme, nationale conventies. Het is een klok van de samenleving, van de gewone man. Zij getuigt van het leven van alledag. Vrij en onbekommerd volgt zij haar eigen spoor door de kunsthistorie. Regelmatig treedt zij buiten conventionele paden.
Gotiek, renaissance, barok, classicisme, romantisch realisme en l'art pour l'art vinden we echter in voldoende mate herkenbaar terug op de comtoise.

De inhoud van dit boek is geordend in:
Stijl en iconografie zijn als vorm en inhoud organisch met elkaar verbonden.
Om systematische redenen zijn eerst de stijlkenmerken van de comtoise beschreven.
Daarna is het zoeklicht vol op haar iconografie gericht.

De driedeling symbool, icoon en getuige is grondslag van de analyse.
De gevolgde methode levert behalve stijlkenmerken en iconografische interpretaties
ook een toets op voor inzicht in de loop der Franse geschiedenis.
Aan de hand van stijl en iconografie van de comtoise kunnen a contrario conclusies worden getrokken omtrent de grote lijnen van de historie van het Frankrijk van de 18e
en 19e eeuw, die we uit tijdsbeelden reeds kennen.
Aldus ontstaat vice versa een completer kunsthistorisch beeld over de comtoise.
De iconografie besluit met de conclusies van dat methodisch onderzoek.